Klankgebaren - Inleiding

De klankgebaren zijn een wezenlijk onderdeel van Lezen moet je dóén.

Met het aanleren van klankgebaren kan al begonnen worden voordat er met het echte leesonderwijs gestart wordt. De klankgebaren helpen dan om de klanken goed te leren uitspreken.

In een later stadium kan dan de letter aan het gebaar worden gekoppeld en is de cirkel rond: De letter roept het gebaar op en het gebaar roept de klank in herinnering.

De klankgebaren staan beschreven in het Klankenboek dat de leerkracht zelf kan samenstellen uit de eerste pagina’s van ieder hoofdstuk van de werkboeken Lezen wat je kunt. (een apart klankenboek is in voorbereiding).

Voor leerkrachten en logopedisten is er een klankgebaren video-webapplicatie.

De klankgebarenposter geeft steun aan leerkrachten en leerlingen. De poster is zo opgebouwd dat leerkachten eraan herinnerd worden dat eerst de letters met de lange klinkers (aa, ee, oo, uu) en een aantal letters met tweeklanken ( au, ei, ie oe, ui) moeten worden aangeleerd alvorens de korte klinkers (a, e, i, o, u) aan te leren. Waarom dat zo is staat in Lezen moet je dóén, de methodiek.