Lezen moet je dóén - Inleiding
De leesmethode van beeld en gebaar
Ontwikkeld in het speciaal onderwijs en nu meer en meer toegepast
binnen het passend onderwijs. Lees de flyer.
Een kort overzicht, door Trijntje de Wit
Klankgebaren
Lezen moet je dóén is vooral bekend vanwege de klankgebaren. De klanken worden in een beweging omgezet, maar dan wel zo dat er in het gebaar al iets van het letterteken tastbaar wordt zonder dat de leerling dit beseft. Met het aanleren van de gebaren wordt het klankbewustzijn gewekt.

Pictolezen
Vanuit het pictolezen wordt er gewerkt aan het schriftbewustzijn. Daarbij wordt de ontwikkeling van HET SCHRIFT gevolgd. De mensheid ontdekte het letterschrift vanuit het beeldschrift: hiërogliefen, karakters, spijkerschrift.
Beeldschrift waarbij elk woord wordt weergegeven met een plaatje of picto noemen we pictolezen.

Aan dit pictolezen worden vervolgens de letters toegevoegd, net zoals onze voorouders dit deden. Dit maakt Lezen moet je dóén tot een natuurlijke methode.
Onderscheid lezen-schrijven
Het kenmerk dat vooral bepalend is voor het succes van deze leesmethode ligt in het feit dat er een basaal onderscheid wordt gemaakt tussen het leren lezen en het leren schrijven. Door alle oefeningen die leiden tot het leren schrijven uit te stellen, wordt het leren lezen een stuk eenvoudiger. Het leren schrijven (discrimineren van klanken en het oproepen van letterbeelden) kan beginnen wanneer de leerling vlot drieklankwoorden kan lezen.
Klanksynthese
Voor het leren lezen is het belangrijk om losse klanken te kunnen koppelen tot een betekenisvol woord. Het begrijpend lezen wordt hiermee vanaf het allereerste begin centraal gezet. Er staan dan ook veel klanksynthese oefeningen in de werkbboeken Lezen wat je kunt.
De lettervormen
Om vanuit de letter het juiste gebaar en daarmee de juiste klank te kunnen oproepen is het Vormenboek ontstaan. Het principe is eenvoudig: de leerling kijkt naar de letter (bijvoorbeeld de p), verwoordt de vormen (een lange stok met een rondje bovenaan) en maakt het gebaar (de arm als lange stok in de lucht en de vuist als rondje bovenaan). Daarna volgt de klank vanzelf.
Onderzoek
Lezen moet je dóén kreeg vorm vanuit de dagelijkse leeslessen aan een groep pubers met een verstandelijk handicap die nooit eerder leesles had gevolgd. Met hen werd het experiment aangegaan om te leren lezen zonder tegelijkertijd ook te willen leren schrijven. En met succes! Inmiddels wordt Lezen moet je dóén breed gebruikt binnen het speciaal onderwijs en in toenemende mate ook binnen het regulier onderwijs.
De methodiek
De principes waarop deze opbouwmethode is gebaseerd staan beschreven in Lezen moet je dóén, de methodiek. U kunt deze gratis downloaden (pdf), of op papier bestellen. De methodiek is tevens opgenomen in alle vernieuwde werkboeken Lezen wat je kunt.
Vanuit Lezen moet je dóén zijn de volgende werkboeken ontstaan:
Het Klankenboek
Hierin staan alle gebaren beschreven met tips hoe het gebaar kan worden aangeleerd, aangevuld met klanksynthese oefeningen. Een handig werkboek bij de voorbereiding op het leren lezen. Heel geschikt voor gebruik in groep 2 van de basisschool. Dit klankenboek is zelf samen te stellen vanuit de eerste pagina's van elk hoofdstuk uit Lezen wat je kunt. Een op zichzelfstaande uitgave is in voorbereiding.
Zeggen wat je ziet
Zeggen wat je ziet is het werkboek waarmee docenten het pictolezen kunnen aanleren. Belangrijk is dat vanuit het begrip steeds eerst het woord wordt genoemd en dat daarna pas het picto wordt getoond. Dus eerst begrijpen en dan lezen! Bijkomend voordeel is dat het spreken in zinnen wordt gestimuleerd. Zeggen wat je ziet is nog niet gereviseerd. Bekijk en gebruik tot aan de heruitgave het door de SLO uitgegeven docentenboek (pdf, 14Mb, website SLO) en groepsleesboek (pdf, 5Mb, website SLO).
Het Vormenboek
De letters van het alfabet zijn samengesteld uit tien grondvormen. Hoe deze vormen kunnen worden aangeleerd vanuit de beleving tot het herkennen van de vorm op het platte vlak, staat beschreven in het Vormenboek. Bekijk en gebruik tot aan de heruitgave het door de SLO uitgegeven Vormenboek (pdf, website SLO).
Lezen Wat Je Kunt, deel A t/m D
Lezen wat je kunt volgt op de bovenstaande boeken. Het is het begin van het echte leren lezen. De werkboeken zijn geschikt voor direct gebruik in de onderwijsleergroep. De delen zijn als kopieer map verkrijgbaar, maar kunnen ook geleverd worden op een USB-stick. De leerkracht kan vanaf deze stick de werkbladen kiezen die hij voor de leerlingen wil printen. Het Pdf-bestand waarin de werkbladen op de USB-stick staan, bevat op elke pagina de naam van de school. Te bestellen via het bestelformulier.
Een voorbeeldhoofdstuk kan direct worden gedownload: Lezen wat je kunt, deel B, de letter r (pdf)
Meer weten over de mogelijkheden van implementatie van Lezen moet je dóén, het bijbehorende computerprogramma Kijken en Kiezen of de Pictoschrijver? Zie: Studiedagen.









