Vragen

Hieronder staan de reeds gestelde vragen met het antwoord erop.
Staat jouw vraag er niet bij? Gebruik dan het formulier onderaan deze pagina.

Moet je de klankgebaren in spiegelbeeld voordoen en met welke hand?
Bij de meeste letters maakt het niet uit of je het gebaar met je linker– of rechterhand doet, in spiegelbeeld of niet. Het is zelfs af te raden om bewust de gebaren in spiegelbeeld voor te doen, want sommige kinderen raken juist daarvan in de war. Laat het maar spontaan gebeuren en maak het gebaar zoals dat min of meer spontaan gaat. Voor de ene persoon is dat links, voor de ander rechts. Je hoeft daar dus niet teveel bij na te denken. Tenzij… Zie ook de klankgebarenvideo op de pagina Beeld en geluid.
Wanneer is de linker- en rechterhand wel belangrijk? Meer lezen

Bij sommige letters worden meer varianten van een gebaar aangereikt. De leerkracht kiest zelf welke van deze varianten het best past bij het leerdoel en de mogelijkheden van leerling. De beide varianten worden in de werkboeken Lezen Wat Je Kunt steeds bij de betreffende letter uitgelegd. Het gaat dan vooral om de tweeklanken: oe, ui, eu, enz. In de klankgebarenvideo wordt bij het filmpje van de letter ie de moeilijke variant getoond en bij de animatie het makkelijke gebaar. De makkelijke variant van de ie is gebaseerd op de muur (i) waar een auto met met piepende remmen op af komt (e). Je leert dit gebaar aan in de speelzaal waar de leerlingen als auto’s rondrennen en vlak voor de muur  hun handen voor zich spreiden, afremmen en ie roepen. De moeilijke variant wordt aangeleerd als de leerling dit motorisch aankan en wellicht ook de letter al gaat leren schrijven. Het gebaar wordt dan gemaakt door met links de i (de muur) te maken en met rechts de e (de auto). Je ziet op het filmpje dat je dan als leerkracht het gebaar NIET in spiegelbeeld moet voordoen, maar je even moet omkeren.

Waarom is er in het klankgebarendoosje geen kaartje voor de c, q, x en y?
De c, q, x en y zitten er niet bij omdat deze letters geen klankgebaar hebben. Dat heeft een goede reden. Meer lezen

De c wordt op te veel verschillende manieren verklankt om er een eigen gebaar aan te kunnen koppelen: cent, club, accent, chips, acht
De q komt niet voor bij het aanvankelijk leren lezen en een gebaar zou alleen maar verwarring met de p en de d kunnen oproepen.
De gebaren zijn geen doel op zich, maar een hulpmiddel dat alleen effectief en relevant moet worden ingezet.
De y is bij het aanvankelijk lezen ook niet nodig, maar hier zou u het gebaar van de ij aan kunnen koppelen mocht dit nodig zijn.
Ook  de x komt niet voor bij het aanvankelijk lezen en wordt later gemakkelijk door de leerlingen als letter opgepikt. U kunt eventueel een fingercross als gebaar erbij maken.
De kaartjes van de aa, au, a en ij zijn met een extra lettertype, dus dubbel, toegevoegd. Dit is een service die we bieden voor de scholen die met een andere leesmethode werken naast Lezen moet je dóén

Op onze SBO school hadden we De Leeslijn. Nu willen we over op LMJD. Hoe pakken we dat aan?
Met leerlingen die aan letters (groep 2/3) toe zijn kun je beginnen met Lezen Wat je Kunt deel A. Je stelt  elke week een nieuwe letter centraal. Binnen een jaar zijn dan alle letters aan bod gekomen.
Wil je een vaste structuur door de week heen?  Meer lezen

Een weekindeling die houvast biedt:
Maandag: De nieuwe letter aanleren met het klankgebaar. Vormen leggen op de constructiekaart.
Dinsdag: De letter oefenen met de vormen. Synthese oefenen. Groene oefeningen.
Woensdag: Synthese. Groene oefeningen. Rode oefening.
Donderdag: Alle letters herhalen. Groene en/of rode oefeningen. Sommige leerlingen ook geel.
Vrijdag: Synthese. Groene t/m gele oefeningen. De vormen bespreken die horen bij de letter die volgende week aan de beurt is (zie Vormenboek).
De leerlingen die nog niet aan synthese (rood en geel) toe zijn kunnen de hele week groene oefeningen blijven doen aangevuld met pictolezen uit Zeggen Wat Je Ziet of pictoverhalen die met de pictoschrijver zijn gemaakt.

Het idee: Je begint elke week met een nieuw hoofdstuk (nieuwe letter). Het hoofdstuk hoeft niet uit! Elke leerling komt zo ver hij kan. Als het hele boek uit is kun je een rustweek inlassen en de leerlingen op hun eigen niveau (kleur) meer oefeningen uit het boek laten maken. Daarna stapt de hele groep over naar LWJK deel B. Zo hou je het spannend en leuk, want een nieuwe letter aanleren is altijd weer een feest. En leerlingen die sneller zijn kunnen met de letters die ze kennen ook blauwe (vierklankwoorden) en zelfs paarse )langere woorden) oefeningen doen.

TIP: Houd de synthese oefeningen kort: enkele minuten, maar wel bijna elke dag!

Wij hebben op onze school een andere leesmethode en gebruiken daarnaast voor sommige leerlingen de werkboeken LWJK. Wanneer kunnen we overstappen op de leesmethode die op school al aanwezig is?
Door alle verbeteringen in deel C en D van Lezen wat je kunt kun je nu gewoon alle werkboeken van LWJK doorwerken en daarna overstappen op leesstof uit andere methodes. Halverwege overstappen op een andere aanvankelijke leesmethode kan verwarrend zijn vanwege de verschillen in didactiek. Elk kind is anders en dus is het goed dat op school meerdere methodes voorhanden zijn. Stap echter alleen over op een andere aanpak als de actuele methode bij het kind stagneert.

Leespraat en Lezen moet je dóén gaat dat samen? JA!
De beide methodieken zijn tegenpolen van elkaar maar ze bijten elkaar niet. Leespraat als globaalmethode staat haaks op de opbouwdidactiek van Lezen moet je dóén en toch sluit het een het ander niet uit. Veel kinderen die beginnen met Leespraat vullen dit later aan met de klankgebaren en synthese oefeningen van Lezen moet je dóén om de echte leesvaardigheid onder de knie te krijgen. Omgekeerd zijn er ook leerlingen die de synthese niet oppakken en makkelijker leren lezen met globaalwoorden. Leespraat wordt veel thuis gebruikt en is binnen de klas lastig toe te passen omdat het zo individueel is.

Is de methode ook geschikt voor NT2? Ja, mits…
Het Klankenboekje is handig als je de typisch Nederlandse letters/klanken wilt aanleren. Maar je moet dan geen aversie hebben tegen het maken van de ondersteunde gebaren.
De Pictoschrijver is een perfect hulpmiddel om concrete zinnen te kunnen visualiseren: je ziet wat je zegt en begrijpt het meteen.
De werkboeken LWJK  Lezen Wat Je Kunt zijn goed bruikbaar voor mensen (meest vrouwen) die vanuit een Arabische taal Nederlands willen leren lezen. Vooral analfabeten en laaggeletterden hebben er baat bij.

Als moeder van een kind met en laag verstandelijk niveau zou ik deze methode graag willen leren gebruiken zodat ik het haar kan (proberen) te leren lezen. Is dat mogelijk?
De leesmethode Lezen moet je dóén is speciaal ontwikkeld met kinderen met een verstandelijke beperking. Je zou het dus inderdaad kunnen proberen. Leren lezen begint met het werkboek  Lezen Wat Je Kunt  A. Maar als je denkt dan jouw kind nu nog niet toe is aan het leren van letters en nog niet goede weet wat ‘lezen’ is, kun je beter beginnen met het aanleren van pictolezen met het boek Zeggen Wat Je Ziet. Pictolezen is erg leuk en voor sommige kinderen ook het hoogst haalbare. Ouders maken dan zelf pictoverhaaltjes met behulp van de Pictoschrijver. Daarna leer je de vormen aan met behulp van het Vormenboek en als je kind er dan aan toe is, begin je met Lezen Wat Je Kunt. Je kunt ook een studiedag volgen om snel grip te krijgen op de methode.

Hoe blijf ik op de hoogte van nieuwe ontwikkelingen?
Wil je regelmatig specifieke informatie over de Pictoschrijver, lees dan PictoNieuws
Je kunt je aanmelden voor PictoNieuws via de homepage  Pictoschrijver.


Antwoord niet gevonden? Stel uw vraag m.b.v. het formulier hieronder.

Naam (verplicht)

E-mail adres (verplicht)

Stel hier uw vraag